Gelukkig was duuk zijn overgeven beperkt tot 1 dag. Wel was hij nog wat slapjes. Na het vertrek in Lake toba zijn we naar berastagi gereisd. Pas dan merk je hoe enorm groot her meer is. Na 2,5 rijden hadden we namelijk nog steeds uitzicht op het meer…
Ook eten ze hier meer hond dan in Vietnam. En het is nog best opletten geblazen. B1 is namelijk hond, B2 varken. Babipangang kan dus zomaar hond zijn. Onderweg kwamen we langs een stalletje met gevilde hondenkarkassen, die nog goed herkenbaar waren als hond. Dat was toch even gek..
In berastagi slapen we in een hysterisch hotel (mikie holiday resort) naast een pretpark. Helaas is het pretpark alleen zaterdag en zondag open ivm de weekendtoeristen uit Medan (wij kwamen zondagmiddag aan). Na veel gedoe is het gelukkig gelukt om een uitje naar de vulkaan te boeken. We zijn weer benieuwd. Ook is het even wennnen dat wij hier opeens de bezienswaardigheid zijn… Zo willen ze als we in een restaurant zijn met ons op de foto.. En iedereen zwaait en lacht en vindt ons bijzonder grappig als we met de locale bus reizen.. Blijkbaar reist iedereen hier georganiseerd. In de stad kijk je je ogen uit (als je niet eerst van je sokken gereden wordt tenminste). Ook is poepen op straat blijkbaar ook niks om vreemd van op te kijken.
De trip naar de vulkaan was prachtig! Helaas was duuk nog niet fit genoeg dus die heeft de eerste helft alleen gelopen. Gelukkig zag n we het al aankomen dus hadden we een gids extra mee die met hem terug kon lopen. Hij is op zich wel opgeknapt, maar eet nog minimaal en energie ontbreekt.
Na berastagi rijden we door naar Bukit lawang voor 2 nachten en tangkahan voor 3 nachten. De jungle dus. Joleine en duuk klagen hier als volleerde pubers al weken over. Benieuwd hoe het gaat als we er eenmaal zijn…














